Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBMAA:2000:AA8347

Rechtbank Maastricht · 24-10-2000 · zaaknummer 00/1029 GEMWT Z KLR

Bestuursrecht; Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Omstandigheid dat voorafgaand aan uitspraak rechtbank geen melding is gemaakt van ter inzagelegging c.q. inzage in ontwerp-bestemmingsplan blijft voor risico van verzoeker. Verzoek tot herziening van de uitspraak van de rechtbank Maastricht d.d. 21 juni 2000, waarbij het beroep van verzoeker tegen de afwijzende beslissing op een verzoek om toepassing van bestuursdwang ongegrond is verklaard. De uitspraak van de rechtbank van 21 juni 2000 is thans onherroepelijk en het onderhavige verzoek om herziening is gedaan op een moment dat deze uitspraak onherroepelijk was. In het ontwerp-bestemmingsplan zijn (nadere) voorwaarden gesteld aan het verlenen van een vrijstelling voor het parkeren op gronden direct gelegen tussen de voorgevel van een woning en de weg, welke voorwaarden in het voorontwerp niet waren opgenomen. Hoewel het ontwerp (reeds) op 5 juni 2000 ter inzage is gelegd (en dus reeds op een eerdere datum binnen verweerders organisatie voorhanden moet zijn geweest), was dit stuk niet beschikbaar ten tijde van de zitting van 7 juni 2000 waar het beroep van verzoeker tegen het besluit van verweerder van 15 november 1999 is behandeld en was de rechtbank in deze beroepsprocedure ook anderszins niet met de inhoud van dit stuk bekend. In zoverre moet thans dan ook worden geconcludeerd dat voldaan is aan het gestelde in art. 8:88, eerste lid, aanhef en onder a, Awb. Uit de stukken blijkt evenwel ook dat verzoeker reeds op "6 juni 2000 en volgende dagen", derhalve op data gelegen vóór de datum van de uitspraak van de rechtbank, het ontwerp-bestemmingsplan is gaan inzien. Dit is desgevraagd door verzoeker in zoverre bevestigd dat hij heeft verklaard dat hij daags na de zitting van 7 juni 2000 het ontwerp-bestemmingsplan is gaan inzien en alstoen heeft geconstateerd dat er een aanmerkelijke wijziging was aangebracht ten opzichte van het voorontwerp. Gelet hierop kan daarom niet worden volgehouden dat is voldaan aan het gestelde in art. 8:88, eerste lid, aanhef en onder b, Awb, zodat toewijzing van het onderhavige verzoek om herziening reeds hierop afstuit en de vraag in hoeverre voldaan is aan het gestelde onder c van dit art. hier verder buiten beschouwing kan blijven. Door de rechtbank niet onmiddellijk na het constateren van meergenoemde wijziging in het ontwerp-bestemmingsplan hiervan in kennis te stellen, alsook door het bewust niet (willen) instellen van hoger beroep tegen de uitspraak van 21 juni 2000, terwijl hij tijdens de termijn voor het instellen van hoger beroep reeds kennis had van deze wijziging, heeft verzoeker -niettegenstaande het uiterst laakbare gedrag van verweerder om ter zitting van 7 juni 2000 geen melding van deze wijziging te maken - een risico genomen dat voor zijn rekening dient te blijven. Het college van burgemeester en wethouders van Brunssum, verweerder. mr. J.N.F. Sleddens

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.