ECLI:NL:RBLIM:2026:5709
Rechtbank Limburg · 15-06-2026 · zaaknummer 03/260540-23 (ontneming)
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 23.970,10. Bij gebreke aan een andere aannemelijke verdeling dan een hoofdelijke toewijzing, zal de rechtbank een hoofdelijke verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel als uitgangspunt nemen. De rechtbank overweegt dat de veroordeelde zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen, geen enkel inzicht heeft gegeven in de verdeling van de buit en daarmee geen andere aannemelijke verdeling naar voren heeft gebracht. Dit had – gelet op de rol die de veroordeelde heeft gehad bij de bewezenverklaarde feiten – wel op zijn weg gelegen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om van het genoemde uitgangspunt af te wijken en is van oordeel dat het wederrechtelijk verkregen voordeel voor het geheel aan de veroordeelde kan worden toegerekend.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
