ECLI:NL:RBLIM:2026:5707
Rechtbank Limburg · 15-06-2026 · zaaknummer 03/260501-23 (ontneming)
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 44.800,00. Bij gebreke aan een andere aannemelijke verdeling dan een hoofdelijke toewijzing, zal de rechtbank een hoofdelijke verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel als uitgangspunt nemen. De rechtbank overweegt dat – hoewel de veroordeelde verklaringen heeft afgelegd over hoe de buit van de afpersing is verdeeld – deze verklaringen zo van elkaar wisselen, dat de rechtbank deze niet aannemelijk vindt. Te meer, nu de rechtbank de medeverdachten – die volgens de veroordeelde het grootste deel van de buit zouden hebben gekregen – heeft vrijgesproken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om van het genoemde uitgangspunt af te wijken en is van oordeel dat het wederrechtelijk verkregen voordeel voor het geheel aan de veroordeelde kan worden toegerekend.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
