ECLI:NL:RBLIM:2025:9197
Rechtbank Limburg · 24-09-2025 · zaaknummer 11792839 AZ VERZ 25-77
Inhoudsindicatie
Het ziekenhuis (de werkgever) wil dat de arbeidsovereenkomst met haar werknemer (een orthopedisch kinderchirurg) wordt ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond), dan wel andere omstandigheden (h-grond) of een combinatie daarvan (i-grond). De kantonrechter wijst het verzoek af. Het ziekenhuis heeft de omstandigheden die zij aan haar verzoek ten grondslag legt onvoldoende concreet onderbouwd. Ook is een deel van de aangevoerde omstandigheden achterhaald en zelfs onjuist. De arbeidsverhouding is wel verstoord, vooral als gevolg van de handelwijze van het ziekenhuis zelf. Maar deze verstoring is niet duurzaam. Het ziekenhuis heeft zich onvoldoende ingespannen om de arbeidsrelatie te herstellen. Er is dan ook geen sprake van een voldragen g-grond (verstoorde arbeidsverhouding). Ook op de h-grond kan de ontbinding niet worden toegewezen en hetzelfde geldt voor de i-grond. De arbeidsovereenkomst blijft dus in stand. Het tegenverzoek van de werknemer om weer toegelaten te worden tot haar werk wordt toegewezen. Ook wordt het ziekenhuis veroordeeld om de door de werknemer gemaakte buitengerechtelijke kosten van ruim € 20.000,00 te vergoeden. Het ziekenhuis heeft zich niet als een goed werkgever jegens haar werknemer gedragen. Zij heeft de werknemer nooit deugdelijk en met concrete voorbeelden onderbouwd aangesproken op haar gedrag en houding, geen serieus verbetertraject aangeboden en haar signalen over een onveilig werkklimaat volledig genegeerd. Hoewel de werknemer instemde met de door het ziekenhuis geëiste individuele coaching, wachtte het ziekenhuis die niet af, maar stevende zij af op beëindiging van het dienstverband. Het ziekenhuis heeft werknemer zonder deugdelijke reden met buitengewoon verlof gestuurd, de toegang tot haar werkaccount ontzegd en collega’s geïnstrueerd geen contact met haar te hebben. Dat werknemer zich in deze periode heeft voorzien van juridische bijstand om zich te verweren tegen de wijze waarop met haar werd omgegaan, is het direct gevolg van deze onzorgvuldige handelwijze van de werkgever jegens haar. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om het ziekenhuis te veroordelen tot vergoeding van de kosten van deze juridische bijstand, voorafgaand aan deze verzoekschriftprocedure, op grond van artikel 6:96 lid 2 BW. De werknemer heeft deze kosten immers gemaakt om te trachten om buiten rechte tot een redelijke oplossing te komen en om het nog verder oplopen van de schade voor haarzelf te voorkomen of beperken.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verweerster
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
