ECLI:NL:RBLIM:2025:6431
Rechtbank Limburg · 07-07-2025 · zaaknummer 03.039518.21
Inhoudsindicatie
Vrijspraak wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank acht de verklaringen van de aangeefster daaromtrent, gezien de daarin voorkomende inconsistenties, en het contact dat aangeefster (indirect) met de verdachten heeft gehad na de aangifte, niet voldoende betrouwbaar om als bewijs te kunnen dienen. Veroordeling wegens medeplegen van poging tot zware mishandeling. Forse overschrijding van de redelijke termijn. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
