ECLI:NL:RBLIM:2025:4301
Rechtbank Limburg · 07-05-2025 · zaaknummer ROE 24/4343
Inhoudsindicatie
De rechtbank beoordeelt in een geschil over de vaststelling van een afbetalingsregeling voor teruggevorderde bijstand of de bestuursrechter dan wel de civiele rechter bevoegd is te oordelen over verjaring van de vordering. De Centrale Raad van Beroep heeft herhaaldelijk geoordeeld dat een beroep op verjaring dat betrekking heeft op de bevoegdheid om het bedrag van de terugvordering te verhalen tot de competentie van de civiele rechter behoort en dat het bestuursprocesrecht er niet in voorziet om daarover een verklaring voor recht af te geven. In dit geval is weliswaar eerder een dwangbevel uitgevaardigd, maar daaraan is kennelijk geen verdere uitvoering gegeven. Het gaat in deze zaak om een besluit betreffende (de wijze van) invordering, oftewel verdere terugvordering in de zin van artikel 60, zevende lid, van de Participatiewet. Daarbij is verhaal langs civielrechtelijke weg niet aan de orde. De rechtbank acht zich daarom als bestuursrechter bevoegd. De rechtbank gaat er onder verwijzing naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ook vanuit dat dringende redenen kunnen worden ingeroepen ten aanzien van de restvordering. Van dringende redenen is echter niet gebleken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
