Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLIM:2025:2632

Rechtbank Limburg · 21-03-2025 · zaaknummer ROE 21/913 en 21/914 en 21/1662 en 21/1664

BestuursrechtGepubliceerd 20-03-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Lasten onder dwangsom en invorderingsbeschikkingen. Herroepen lasten 1 en 2 zijn niet te herleiden tot aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Lasten 3.1 en 3.2 zijn opgelegd vanwege het niet deugdelijk afgesloten zijn van gebouw 6 en het niet door voorschriften voorgeschreven luchtwassers leiden van de lucht (vanwege mestverwerkingsactiviteiten) uit gebouwen 6 en 7. De rechtbank onderschrijft de vaststelling van de overtreding voor last 3.1 en ziet ook geen aanleiding om te concluderen dat verweerder op grond van concreet zicht op legalisatie had behoren af te zien van handhavend optreden. Verweerder heeft volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd dat ook artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012, weliswaar pas in de bestreden besluiten, aan de overtreding ten grondslag kon worden gelegd. De last 3.1 is niet te verstrekkend en verweerder heeft de hoogte van de dwangsom, en het opleggen aan zowel de vergunnninghoudster/drijver van de inrichting als aan de algemeen directeur, voldoende gemotiveerd. Voor last 3.2 is niet in geschil dat eisers de voorschriften hebben overtreden. Geen concreet zicht op legalisatie door vergunning van een andere luchtwasser. Geen bijzondere omstandigheden om van handhaving af te zien door een beroep op de conclusie van Wattel van 28 oktober 2020. Hieruit volgt volgens eisers dat de heroverweging van besluiten met herstelsancties moet leiden tot een doeltreffende, afschrikwekkende maar ook evenredige handhaving van de desbetreffende norm. Daarvoor moet het bestuursorgaan bij de heroverweging feiten en omstandigheden betrekken die hebben geleid tot het eerdere besluit, maar ook nieuwe ontwikkelingen: het installeren van een nieuwe luchtwasser. Niet is aangetoond dat de nieuwe luchtwasser voor afloop van de begunstigingstermijn voldeed. Verweerder heeft de hoogte van de dwangsom voldoende gemotiveerd. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat de lasten 3.1 en 3.2 zijn overtreden en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om van invordering af te zien of om de dwangsom voor last 3.1 niet bij beide overtreders in te vorderen. De dwangsom voor last 3.2 heeft verweerder voldoende gematigd door zowel maar één keer in te vorderen als het bedrag te verlagen omdat gedeeltelijk wel aan de last is voldaan.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.