ECLI:NL:RBLIM:2025:12544
Rechtbank Limburg · 17-12-2025 · zaaknummer ROE 24/4463
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak gaat over het besluit waarin verweerder eiseres heeft bericht dat zij met haar persoonsgebonden budget (pgb) per 1 januari 2024 geen zorg meer mag inkopen bij haar dochter. De reden hiervoor is dat verweerder er gezien de eerder geconstateerde fraude door de dochter met het pgb van haar schoonzus vanuit gaat dat bij het verlenen van zorg aan eiseres niet zal worden voorzien in toereikende zorg van goede kwaliteit. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiseres met haar dochter als zorgverlener niet langer in staat wordt geacht om op doelmatige wijze te voorzien in verantwoorde zorg van voldoende kwaliteit. Hieruit volgt dat eiseres niet langer voldeed aan de verleningsgrond van artikel 3.3.3, vierde lid, aanhef en onder a, van de Wlz, zodat verweerder – alleen al daarom – op grond van artikel 5.20, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rlz bevoegd was om het pgb van eiseres te wijzigen. De wijze waarop verweerder gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om het pgb van eiseres te wijzigen, leidt niet tot een voor eiseres onevenredige uitkomst. Eiseres heeft de beschikking behouden over een pgb, zij het dat zij haar dochter per 1 januari 2024 niet meer mag inhuren als haar zorgverlener.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
