ECLI:NL:RBLIM:2024:826
Rechtbank Limburg · 22-02-2024 · zaaknummer C/03/326177 KG ZA 24-5
Inhoudsindicatie
Degene ten laste van wie derdenbeslag is gelegd is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet geschaad door de vermelding van een verkeerde titel, daar voor hem duidelijk is op grond van welke titel het beslag is gelegd. Geen nietigheid ingevolge artikel 475 lid 1 sub c Rv. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de vorderingen waarvoor beslag is gelegd op grond van artikel 3:324 lid 3 BW zijn verjaard en dat toepassing van die verjaringstermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar zal worden geacht. Na afweging van de wederzijdse belangen gaat de voorzieningenrechter over tot opheffing van het beslag.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
