ECLI:NL:RBLIM:2024:8124
Rechtbank Limburg · 23-10-2024 · zaaknummer C/03/331728 / HA ZA 24-280
Inhoudsindicatie
Civiel recht. Bodemzaak. Vordering in incident tot bevoegdheid. Omdat een van de gedaagden in het buitenland woonachtig is, heeft het geschil een internationaal karakter. Gelet op de aard van het geschil, de woonplaats van een van de gedaagden, en het moment waarop de rechtsvordering is ingesteld, is de Brussel I bis-Verordening (hierna: de verordening) bepalend voor het antwoord op de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt. De rechtbank oordeelt vervolgens dat het beroep van gedaagden op artikel 25 van de verordening (forumkeuzebeding) niet slaagt. De rechtbank gaat daarna in op de vraag of artikel 7 aanhef lid 1 (bevoegdheid ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst) of lid 2 (verbintenissen uit onrechtmatige daad) van de verordening van toepassing is. De rechtbank overweegt dat voor toepassing van artikel 7 aanhef lid 1 van de verordening vereist is dat er sprake is van een vrijwillig aangegane juridische verbintenis van een persoon jegens een andere waarop de vordering van de verzoeker is gebaseerd. In dit geval zijn de vorderingen van eiseres jegens gedaagde 1 niet gebaseerd op een dergelijke verbintenis. De vorderingen zijn gebaseerd op de stelling dat gedaagde 1 als bestuurder van de vennootschap door zijn handelen of nalaten heeft bewerkstelligd of heeft toegelaten dat de vennootschap minder verhaal biedt doordat, met het faillissement in zicht, vermogensbestanddelen aan de boedel zijn onttrokken. Vorderingen met een dergelijke grondslag vallen onder 'verbintenis uit onrechtmatige daad' (zie r.o. 42 van het arrest van HvJ EU 18 juli 2023, C-147/12, NJ 2014/85 in de zaak Öfab/Koot). Artikel 7 aanhef lid 2 van de verordening is dus van toepassing. Uit r.o. 55 van voornoemd arrest leidt dat rechtbank af dat uitgaande van de gestelde bestuurdersaansprakelijkheid de 'plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen' de plaats betreft waarmee de door de vennootschap verrichte werkzaamheden en de financiële situatie met betrekking tot die werkzaamheden verband houden. De slotsom is dat de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en de rechtbank bevoegd is om over het geschil te oordelen.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
