ECLI:NL:RBLIM:2024:8041
Rechtbank Limburg · 24-06-2024 · zaaknummer ROE 23/747
Inhoudsindicatie
EMA. Artikel 3 lid 3 van de Regeling Maatregelen rijvaardigheid en rijgeschiktheid. Termijn van 6 maanden tussen constatering van te hoge ademalcoholgehalte en de mededeling die daarover aan het CBR wordt gedaan is in deze zaak overschreden. Tussen aanhouding en mededeling zitten 6 maanden en bijna 3 weken. Geen sprake van “in de aard van de zaak gelegen omstandigheden” die dit rechtvaardigen. Er is geen sprake van een vertraging in het proces die niet aan het CBR kan worden tegengeworpen. Dat het gaat om een melding uit Oostenrijk, en dat het CBR die niet elke dag ontvangt, is op zichzelf geen omstandigheid die termijnoverschrijding rechtvaardigt. Dat het CBR haar interne organisatie onvoldoende heeft ingericht op dergelijke meldingen of dat er intern iets is mis gegaan, is evenmin een in de aard van de zaak gelegen omstandigheid. Het CBR had eiser dus geen EMA mogen opleggen. Mondelinge uitspraak. Beroep gegrond. Rechtbank voorziet zelf in zaak en beslist op het verzoek om schadevergoeding van eiser en veroordeelt het CBR in de kosten van de EMA.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
