ECLI:NL:RBLIM:2024:7724
Rechtbank Limburg · 30-10-2024 · zaaknummer 03/082000-24
Inhoudsindicatie
Veroordeling artikel 6 WVW1994 met de dood ten gevolge. Geen sprake van roekeloosheid. Wel sprake van causaliteit tussen de dood van het slachtoffer en de gedragingen van de verdachte. De gedragingen van de verdachte zijn in de keten der gebeurtenissen een noodzakelijke factor geweest voor het ingetreden gevolg. De noodzaak tot medisch ingrijpen is veroorzaakt door de gedragingen van de verdachte. De verdachte heeft de omstandigheid in het leven geroepen die het slachtoffer ertoe heeft gebracht een bloedtransfusie (vanwege zijn geloofsovertuiging) te weigeren en die beslissing is in de keten der gebeurtenissen niet van zodanige invloed, dat de dood van het slachtoffer redelijkerwijs niet meer als gevolg van het handelen van de verdachte kan worden gerekend. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het ingetreden gevolg (de dood van slachtoffer) redelijkerwijs aan (de gedragingen van) de verdachte kan worden toegerekend. Oplegging taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. Geen gevangenisstraf gelet op de bijzondere persoonlijke omstandigheden van deze specifieke verdachte.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
