ECLI:NL:RBLIM:2024:5321
Rechtbank Limburg · 31-07-2024 · zaaknummer C/03/326929 / HA ZA 24-54
Inhoudsindicatie
Civiel recht. Bodemzaak. Vordering in incident. De rechtbank is van oordeel dat de financieringsovereenkomst kwalificeert als een overeenkomst van goederenkrediet als bedoeld in artikel 7:84 e.v. BW. Ingevolge het bepaalde in artikel 93 sub c Rv is daarom de kantonrechter bevoegd om kennis te nemen van de vordering van eiseres in de hoofdzaak. De zaak is daarom ten onrechte aangebracht bij de kamer voor andere zaken dan kantonzaken. Op grond van artikel 71 Rv zal een verwijzing naar de kamer voor kantonzaken volgen. Verwijzing vindt plaats naar de kantonrechter van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, omdat in het incident niet met voldoende zekerheid vastgesteld kan worden of partijen de overeenkomst gesloten hebben. Het gevolg daarvan is dat het evenmin voldoende zeker is dat de relatieve bevoegdheid van deze rechtbank gegrond kan worden op het forumbeding in de algemene voorwaarden. Bij die stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat teruggevallen dient te worden op de hoofdregel van artikel 99 lid 1 Rv.
Rechters
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
