ECLI:NL:RBLIM:2024:3715
Rechtbank Limburg · 26-06-2024 · zaaknummer 10735494/CV/23-4835
Inhoudsindicatie
In deze zaak gaat het om de vraag of er een einde moet komen aan de huurovereenkomst tussen partijen. Huurders huren een horecapand van verhuurster. Verhuurster wil het pand zelf gaan gebruiken omdat zij de grond onder het gehuurde nodig heeft voor de uitbreiding van haar attractiepark. De kantonrechter wijst de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik toe. Huurders hoeven het gehuurde echter pas op 31 maart 2026 ontruimd aan verhuurster op te leveren, zodat huurders hun restaurant langer kunnen exploiteren en zij zo meer mogelijkheden hebben hun “coronaschulden” af te lossen. Art. 7:296 lid 1 sub b BW.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
