ECLI:NL:RBLIM:2024:1603
Rechtbank Limburg · 13-03-2024 · zaaknummer C/03/320299 / HA ZA 23-316
Inhoudsindicatie
Broer en zus zijn het erover eens dat het de wens van hun overleden moeder was dat haar as uitgestrooid zou worden, maar twisten over de vraag of moeder had gewild dat de broer wat van de as zou mogen houden om als tastbaar aandenken in een sieraad te plaatsen. Bepalend voor het antwoord op de vraag of de as opgesplitst mag worden, is de vermoedelijke wens van moeder (artikel 18 van de Wet op Lijkbezorging). De rechtbank komt tot het oordeel dat de vermoedelijke wens van moeder was dat haar as ongesplitst wordt uitgestrooid en dat de broer daaraan zijn medewerking dient te verlenen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
