ECLI:NL:RBLIM:2023:7587
Rechtbank Limburg · 27-12-2023 · zaaknummer C/03/316487 / HA ZA 23-161
Inhoudsindicatie
De curator vordert een verklaring voor recht dat de bestuurder zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld als bedoeld in artikel 2:248 BW, dat het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement en de bestuurder op grond daarvan te veroordelen tot betaling van het volledige boedeltekort van beide door hem bestuurde ondernemingen. Omdat de bestuurder niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit artikel 2:394 (tijdige publicatie van de jaarrekening), wordt (onweerlegbaar) vermoed dat hij zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Deze onbehoorlijke taakvervulling wordt (weerlegbaar) vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. Ter weerlegging van het bewijsvermoeden volstaat dat de bestuurder aannemelijk maakt dat andere feiten dan of omstandigheden dan zijn kennlijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. De rechtbank komt tot het oordeel dat de bestuurder niet aannemelijk heeft gemaakt dat andere feiten dan of omstandigheden dan zijn kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest, zulks op basis van de beperkte informatie die de bestuurder heeft veroorzaakt
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
