ECLI:NL:RBLIM:2023:7190
Rechtbank Limburg · 22-11-2023 · zaaknummer C/03/303797 / HA ZA 22-168
Inhoudsindicatie
Broer en zus, erfgenamen van moeder, twisten over de vraag of moeder een bedrag van ongeveer € 100.000,--heeft geleend aan de zoon, zoals de dochter stelt, of dat dat bedrag aan de zoon (zonder inbrengplicht) is geschonken, zoals de zoon stelt. De rechtbank oordeelt (onder verwijzing naar Asser/Perrick 4 2021/253a), dat indien een beweerdelijk begiftigde stelt dat sprake is van een gift en diens wederpartij betwist dat sprake is van een gift, in beginsel op die wederpartij de last rust om te bewijzen dat geen sprake was van een gift. Op grond daarvan wordt dochter in de gelegenheid gesteld om bij akte nader en met stukken onderbouwd uit te werken dat moeder een totaalbedrag van € 100.000,-- heeft geleend aan zoon.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
