ECLI:NL:RBLIM:2023:7109
Rechtbank Limburg · 05-12-2023 · zaaknummer C/03/321812 KG ZA 23/322
Inhoudsindicatie
Kort geding. De vrouw vordert opheffing van de belemmeringen die jegens haar door de instelling worden opgeworpen bij het bezoeken van haar, naar zij stelt, partner/levensgezel en legt hier artikel 8 EVRM aan ten grondslag (extended family life en personal life) Het gevorderde wordt afgewezen. Wat er ook zij van de waardering van de aard van de relatie tussen de man en de vrouw, waar dit kort geding zich niet voor leent, de zeggenschap daar waar het de wenselijkheid van het ontvangen van bezoek betreft, ligt bij de mentor. Niet betwist is dat de mentor bezoek van de vrouw op dit moment onwenselijk acht, terwijl dit standpunt van de mentor door de vrouw onvoldoende onderbouwd is weersproken. Het beroep op eigen extended family life en personal life weegt niet zwaar genoeg.
Rechters
Advocaten
- J.B.G. Gelissen
- S. Zoroufi Azar
Partijen
STICHTING MEANDERGROEP ZUID-LIMBURG
gedaagde · bedrijf
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
