ECLI:NL:RBLIM:2023:6955
Rechtbank Limburg · 28-11-2023 · zaaknummer AWB - 23 _ 2073 & ROE 23 / 1780
Inhoudsindicatie
Ontheffingen van het verbod in de Wet natuurbescherming (Wnb) om konijnen en vossen te doden en te vangen, hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen; verleend voor de gevolgen die graafschade door konijnen en vossen voor de openbare veiligheid en het algemeen belang hebben. De ontheffingen zijn verleend voor ruime toepassing, voor veel verschillende situaties waarin de gevolgen van de (dreigende) graafschade van uiteenlopend gewicht en impact zijn, zonder dat op voorhand vaststaat dat en vooral welke andere bevredigende oplossingen voor de concrete situatie gevergd worden alvorens de ontheffing wordt doorgeschreven, maar ook zonder dat verweerder de inzet van andere bevredigende oplossingen in de concrete situatie heeft beoordeeld. Anders dan verweerder heeft verklaard is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter toch in de praktijk sprake van een beoordeling van de inzet van andere bevredigende oplossingen door de FBE, terwijl de wijze waarop de FBE deze vragen moet beantwoorden niet is vastgelegd of ingekaderd, anders dan met algemene uitgangspunten. Daarnaast is het door deze werkwijze ook niet mogelijk het feitelijke gebruik van de ontheffing en concreet de feitelijke afwegingen over de inzet van andere bevredigende oplossingen aan de rechter voor te leggen. De voorzieningenrechter acht een verminderde rechtsbescherming in acute situaties te rechtvaardigen (zoals ook is opgenomen in voorschrift 2, laatste volzin). Dit is ook te rechtvaardigen in situaties waarin de gevolgen van de graafschade in dijklichamen en andere infrastructurele werken en bij de aanwezigheid van leidingen grote en ernstige (maatschappelijke) gevolgen kunnen hebben. In de andere gevallen, die minder acuut zijn en waarvoor wellicht ook andere oplossingen denkbaar zijn (te denken valt aan sluiting) is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder de verleende ontheffingen onvoldoende heeft gemotiveerd voor zover andere bevredigende oplossingen kunnen en moeten worden ingezet voordat van de ontheffingen gebruik wordt gemaakt. De gegeven algemene motivering en het overlaten van de beoordeling aan de FBE zonder duidelijke richtlijnen over de (wijze van) inzet van andere bevredigende oplossingen kan de beslissing tot het verlenen van de ontheffing niet dragen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
