ECLI:NL:RBLIM:2023:5395
Rechtbank Limburg · 11-09-2023 · zaaknummer 03.253754.22
Inhoudsindicatie
Net als de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op de bewuste dag de in de woning van zijn vader aangetroffen voorwerpen en chemicaliën/stoffen voorhanden heeft gehad ter voorbereiding of bevordering van de productie van cocaïne. Ook voor het voorhanden hebben van de cocaïne en de amfetamine op 27 juli 2021 in die woning of drugshandel in de voorafgaande periode acht de rechtbank onvoldoende bewijs aanwezig. De rechtbank zal de verdachte daarom van beide feiten vrijspreken.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
