ECLI:NL:RBLIM:2022:8615
Rechtbank Limburg · 13-10-2022 · zaaknummer C/03/309463 / JE RK 22/1638
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek machtiging tot uithuisplaatsing. De GI heeft géén uitvoering gegeven aan de vorige beschikking van de kinderrechter waarin is bepaald dat de GI binnen twee maanden een thuisplaatsing van de minderjarige moet hebben gerealiseerd. De GI heeft dit tijdens de mondelinge behandeling erkend en heeft verklaard dat dit niet is gebeurd, omdat de betrokken gezinsvoogdijwerker die deze taak voor zijn of haar rekening moest nemen niet goed functioneerde. Nog afgezien van het feit dat rechterlijke beschikkingen moeten worden uitgevoerd, óók door de GI, behoeft het geen betoog dat deze gang van zaken alles behalve in het belang van minderjarige en de moeder is. Sterker nog, de kinderrechter acht deze gang van zaken uiterst kwalijk. Ouders en kinderen mogen niet de dupe zijn van niet goed functionerende gezinsvoogdijwerkers. Ook is niet duidelijk is geworden waarom de GI de afgelopen maanden geen werk heeft gemaakt van de opbouw en uitbreiding van het contact tussen de minderjarige en de moeder. De kinderrechter acht deze gang van zaken, nu niet is gesteld of gebleken dat een gegronde reden bestond voor deze vergaande beperking van het contact, evenmin in het belang van de minderjarige. Verzoek nagenoeg volledig gebaseerd op gedateerde informatie en onvoldoende onderbouwd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- S.L.B. Koelman-Duijf
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
