ECLI:NL:RBLIM:2022:573
Rechtbank Limburg · 27-01-2022 · zaaknummer 03/721343-18
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte als lid van een criminele organisatie betrokken is geweest bij de handel in hennepstekken door zijn loods ter beschikking te stellen en afnemers en leveranciers aldaar te ontvangen. Ook acht de rechtbank bewezen dat de verdachte een voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet heeft gepleegd. Hij had hennepstekken in zijn loods voorhanden die bestemd waren voor de beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt. Ten slotte acht de rechtbank bewezen dat de verdachte harddrugs in de woning van zijn toenmalige vriendin voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht een taakstraf voor de duur van 200 uren met daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. In de overschrijding van de redelijke termijn ziet de rechtbank aanleiding de totaal op te leggen taakstraf te matigen tot 180 uren. Om hem te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Advocaten
- I.T.H.L. van de Bergh
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
