ECLI:NL:RBLIM:2022:5520
Rechtbank Limburg · 13-07-2022 · zaaknummer C/03/298215 / HA ZA 21-561
Inhoudsindicatie
Civiel recht. Bodemzaak. Partijen spreken in het echtscheidingsconvenant af dat de woning toebedeeld wordt aan de man onder de voorwaarde dat de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld wordt ontslagen. De overdracht dient plaats te vinden binnen twee maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Verder spreken zij af dat als ontslag niet lukt, de woning vanaf twee maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking ter bemiddeling wordt aangeboden bij een door partijen samen te kiezen makelaar. Kort voor het verstrijken van de twee maanden wordt duidelijk dat het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid verleend zal worden. De notaris plant de overdracht van de woning zestien dagen na het verstrijken van de termijn van twee maanden. De vrouw stelt dat de man tekortgeschoten is in de nakoming van de afspraken die partijen gemaakt hebben over de overdracht van de woning. Volgens de vrouw was er sprake van een resultaatsverbintenis. Zij vordert schadevergoeding. De man stelt dat partijen een inspanningsverbintenis zijn overeengekomen. De rechtbank wijst de vordering van de vrouw af. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een inspanningsverbintenis en dat de man daaraan voldaan heeft.
Rechters
Advocaten
- A. Carli
- J.G.M. Daemen
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
