Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLIM:2022:4721

Rechtbank Limburg · 22-06-2022 · zaaknummer ROE 21/644

BestuursrechtGepubliceerd 22-06-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eisers, tegen de aan de derde partij verleende omgevingsvergunning ogv artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, niet ontvankelijk verklaard. Verweerder vindt dat eisers geen belanghebbende zijn bij het primaire besluit, omdat het gaat om een interne verbouwing en eisers te ver weg wonen en geen zicht hebben op het desbetreffende pand. De rechtbank volgt dat standpunt van verweerder niet. Uit artikel 2.10 van de Wabo volgt dat bij een vergunningaanvraag voor de activiteit bouwen dient te worden getoetst of het te bouwen bouwwerk past binnen de ter plaatse geldende bestemming en de daarbij behorende bouwregels en gebruiksregels. Dit betekent dat een belanghebbende die ten aanzien van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen stelt dat het voorgenomen gebruik in strijd is met de ter plaatste geldende bestemming, zoals eisers, in rechte tegen deze omgevingsvergunning moet kunnen opkomen en in het bezwaar tegen deze omgevingsvergunning moet worden ontvangen. Eisers hebben in bezwaar tegen het primaire besluit aangevoerd dat het gebruik van het te bouwen bouwwerk voor een Dag en Nachtopvang (DNO) in strijd is met de bestemming “Maatschappelijk”. Zij hadden in hun bezwaar moeten worden ontvangen indien zij bij dit besluit belanghebbende zijn (door dit gebruik gevolgen van enige betekenis ondervinden). Eisers hebben uiteen gezet welke gevolgen het vestigen van de DNO voor hun persoonlijke woonomgeving heeft en deze gevolgen waren volgens eisers ten tijde van het primaire besluit ook voorzienbaar. Verweerder heeft dit niet weersproken. De rechtbank is van oordeel dat niet gezegd kan worden dat deze (ruimtelijke) gevolgen voor de woon- en leefsituatie van eisers geen gevolgen van enige betekenis zijn. De ruimtelijke uitstraling van het primaire besluit op de woon- en leefsituatie van eisers is dusdanig dat eisers ten aanzien van dat besluit als belanghebbende in de zin van artikelen 1:2 en 1:8 van de Awb moeten worden aangemerkt. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. Partijen hebben ter zitting ermee ingestemd dat de rechtbank een oordeel zal geven over de inhoudelijke beroepsgronden die eisers tegen het primaire besluit hebben aangevoerd. Deze gronden slagen niet: er is geen strijd met het bestemmingsplan, er is geen opgewekt vertrouwen en niet in geschil is dat het bouwplan voldoet aan de overige in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo vermelde voorwaarden voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Volgt vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.