ECLI:NL:RBLIM:2022:3531
Rechtbank Limburg · 03-05-2022 · zaaknummer ROE 22/590 gerectificeerd
Inhoudsindicatie
Betreft verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep tegen een last onder dwangsom ten aanzien van vijf overtredingen: bijgebouw, erfafscheiding, scheidingsmuur, kippenhok, opslag en stalling en oppervlakteverharding. Verzoeker heeft de overtredingen ten aanzien van de erfafscheiding, het kippenhok en de opslag en stalling binnen de begunstigingstermijn beëindigd. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 28 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2571) moet verweerder de beëindiging van deze overtredingen die zich ná de oplegging van de last onder dwangsom hebben voorgedaan bij zijn heroverweging betrekken, tenzij het doel en de strekking van de te handhaven norm of fundamentele rechtsbeginselen zich daartegen verzetten. De voorzieningenrechter ziet niet in waarom, gelet op de beëindiging van deze overtredingen en het ontbreken van de wens aan de zijde van verzoeker om deze overtredingen te hervatten of opnieuw te begaan, handhaving van de betreffende lasten onder dwangsom bij het bestreden besluit nodig was. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om de schorsing als gevolg van de getroffen ordemaatregel voor deze overtredingen op te heffen. Evenmin wordt de schorsing van de getroffen voorlopige voorziening voor de overtreding ten aanzien van het in stand laten van oppervlakteverharding opgeheven. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat, als de verharding niet wordt gebruikt in strijd met het bestemmingsplan, enkel het aanwezig laten van de verharding – feitelijk komt dit neer op braak laten liggen van de verharde grond en niet gebruiken van die grond – niet in strijd met het bestemmingsplan is dat slechts een actief gebruik kan verbieden en niet een niet gebruiken. Wel heft de voorzieningenrechter de schorsing van de getroffen voorlopige voorziening van de overtredingen ten aanzien van het bijgebouw en de scheidingsmuur op en wijst daarmee het verzoek om een voorlopige voorziening alsnog af. De voorzieningenrechter is namelijk niet gebleken van bijzondere omstandigheden om van het beginselplicht tot handhaving af te zien.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
