ECLI:NL:RBLIM:2022:2494
Rechtbank Limburg · 30-03-2022 · zaaknummer AWB - 20/ 3095
Inhoudsindicatie
Na de uitspraak van de Afdeling op 29 mei 2019 in deze kwestie is het bezwaar tegen weigering handhavend optreden opnieuw ongegrond verklaard. Omdat volgens verweerder significante effecten als gevolg van de aan de orde zijnde beweidings- en bemestingsactiviteiten in dit geval niet aan de orde zijn, bestaat er geen (overtreding van) vergunningplicht en dus geen grond voor handhavend optreden. De rechtbank vindt dat niet is vastgesteld dat de activiteiten beweiden en bemesten door de betrokken veehouderij niet vergunningplichting zijn omdat significante gevolgen van die activiteiten op het (de) betrokken Natura-2000 gebied(en) niet zijn uitgesloten. Het onderzoek op bedrijfsniveau naar de gevolgen van beweiden en bemesten op het (de) betrokken Natura-2000 gebied(en) ontbreekt. Verweerder was (is) dan ook bevoegd om handhavend op te treden en concreet zicht op legalisering ontbreekt, terwijl niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat handhavend optreden onevenredig is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
