ECLI:NL:RBLIM:2022:1866
Rechtbank Limburg · 10-03-2022 · zaaknummer 03/120746-21
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Het bewezenverklaarde delict zou oplegging van een aanzienlijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, maar dit zou geen recht doen aan de overige omstandigheden in dit bijzondere geval, en dan met name de persoon van de verdachte. Op basis van het rapport van de psycholoog en de eigen waarnemingen ter terechtzitting, komt de rechtbank tot het oordeel dat het feit in sterk verminderde mate aan de verdachte moet worden toegerekend. Het strafdoel “vergelding” staat daarom naar het oordeel van de rechtbank niet op de voorgrond bij het bepalen van de strafmodaliteit. Noch de verdachte, noch de samenleving is in dit geval gebaat bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, langer dan het voorarrest. De verdachte moet wel voelen dat hij fout is geweest, maar dat zal tot uitdrukking worden gebracht in oplegging van de maximale taakstraf.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
