Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLIM:2022:1342

Rechtbank Limburg · 22-02-2022 · zaaknummer ROE 20/1611, 20/1620, 20/1665, 20/1667 en 20/1668

BestuursrechtGepubliceerd 22-02-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor uitbreiding mestbe- en verwerking (van 80.000 naar 450.000 m³). Strijd met artikel 11 van het Besluit Chw zodat artikel 1.6a van de Chw niet aan eisers mag worden tegengeworpen. Er is geen sprake van een wezenlijk andere inrichting die door de aanvraag ontstaat, waardoor verweerder niet (meer) bevoegd zou zijn om een veranderingsvergunning te verlenen. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat in redelijkheid het mer-beoordelingsbesluit uit 2016, ook na wijzigingen in de aanvraag, betrokken kon worden bij de totstandkoming van het bestreden besluit. Gronden over de Wet Bibob en de Wet natuurbescherming struikelen over het relativiteitsvereiste. Er is met het bestreden besluit geen schaarste gecreëerd, zodat van toedeling van een schaars recht in deze zin bij de omgevingsvergunning geen sprake kan zijn. De rechtbank stelt vast dat de te verwachten geurbelasting voor de vergunningverlening moest worden berekend omdat zowel de agrarische als de industriële geurbronnen niet of niet volledig operationeel waren. In een dergelijke situatie kan (nog) niet worden gemeten. Hoewel eisers hebben gepleit voor metingen in plaats van berekeningen, is de rechtbank van oordeel dat de wijze waarop de vergunning is voorbereid en de geurbelasting is berekend niet onzorgvuldig, onjuist of anderszins niet conludent is. Of de berekeningen in het geurrapport en de daarbij gehanteerde uitgangspunten uiteindelijk voldoende realistisch en betrouwbaar zijn, en of vergunninghoudster zich aan de voorgeschreven geurvracht kan houden, moet in de (nabije) toekomst blijken uit controlemetingen. De rechtbank concludeert dat uit de controlerapporten van na de datum in geding weliswaar blijkt van geurhinder, in niet gekwantificeerde mate, maar daaruit blijkt niet dat wat is vergund niet vergund had mogen of kunnen worden of dat het voor vergunninghoudster niet mogelijk is zich aan de vergunde geurvracht te houden als alle voorschriften worden nageleefd. Nu de totale geurvracht is gedefinieerd kunnen ook de door eisers gevraagde nadere voorschriften niet tot een hoger beschermingsniveau leiden. De door eisers geuite vrees voor gezondheidsschade leidt de rechtbank niet tot de conclusie dat verweerder bij de vergunningverlening is uitgegaan van een niet realistische inschatting van de risico’s.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.