ECLI:NL:RBLIM:2021:5661
Rechtbank Limburg · 14-07-2021 · zaaknummer 03-139404-20
Inhoudsindicatie
Verdachte wordt primair verweten dat hij als bestuurder van een motorrijtuig een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor een slachtoffer werd gedood (6 WVW), subsidiair dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt (5 WVW). De rechtbank is van oordeel dat één enkel moment van afwezigheid door slaap onder deze omstandigheden onvoldoende basis is voor de conclusie dat verdachte met een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid in de zin van art. 6 WVW heeft gehandeld en spreekt verdachte vrij van het primaire feit. Veroordeling voor het subsidiair ten laste gelegde veroorzaken van gevaar op de weg tot een werkstraf en deels voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Afwijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen (incl. vorderingen tot affectieschade), omdat de nabestaanden (broer en zus) niet onder de wettelijke regeling vallen en zij ook geen beroep kunnen doen op de hardheidsclausule en omdat de gevorderde materiële schade niet onder de wettelijke schadeposten vallen.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
