ECLI:NL:RBLIM:2021:526
Rechtbank Limburg · 22-01-2021 · zaaknummer 03/048911-20
Inhoudsindicatie
Een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar voor mishandeling de dood ten gevolge hebbende. Verdachte wordt vrijgesproken van de primair tenlastegelegde doodslag en ook van de subsidiair tenlastegelegde zware mishandeling de dood ten gevolge hebbende. De rechtbank acht de meer subsidiair tenlastegelegde mishandeling de dood ten gevolge hebbende wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft het slachtoffer geslagen en geduwd en het slachtoffer is gevallen. Verdachte heeft het slachtoffer ook na die val meerdere malen tegen zijn hoofd geslagen, waarna het slachtoffer een paar uur later is overleden aan hersenletsel. De rechtbank verwerpt het beroep noodweer van de verdediging.
Advocaten
Partijen
[naam 10]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
