ECLI:NL:RBLIM:2021:4336
Rechtbank Limburg · 28-05-2021 · zaaknummer ROE 19/3504
Inhoudsindicatie
In deze zaak is het Nederlanderschap van eiser ingetrokken, omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het plegen van (voorbereidingshandelingen voor) een terroristisch misdrijf. Naar het oordeel van de rechtbank is de intrekking op de juiste wettelijke grondslag geschied. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij door het intrekkingsbesluit staatloos wordt en dat er sprake is van een schending van het discriminatieverbod. Naar het oordeel van de rechtbank is er evenmin sprake van een schending van het ne bis in idem- beginsel en kan de intrekking evenmin worden aangemerkt als een criminal charge. Het intrekkingsbesluit voldoet aan de eisen van evenredigheid en proportionaliteit en kan eveneens de Unierechtelijke toets doorstaan. Voor een beoordeling van de artikelen 3 en 8 van het EVRM is in deze beroepsprocedure geen ruimte. Het beroep is ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
