ECLI:NL:RBLIM:2021:31
Rechtbank Limburg · 06-01-2021 · zaaknummer 04 8476192 CV 20-1810
Inhoudsindicatie
De kantonrechter constateert dat eiser bij inleidende dagvaarding heeft aangeduid twee hoedanigheden te hebben, te weten: die van privépersoon zowel als van onderneemster (vgl. dagvaarding sub 41). De kantonrechter te Roermond is om die reden de tot oordelen bevoegde rechter in gevolge artikel 101 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Gelet op de vervolgens door partijen uitgewisselde processtukken moet het er echter voor worden gehouden dat de ter discussie staande verbouwing betrekking heeft op de door eiser gedreven onderneming (bed en breakfast), met name gelet op de door haar gevorderde omzetschade. Dat betekent dat zij niet in hoedanigheid van consument optreedt, doch als onderneemster, net zoals dat aan de zijde van Practicomfort aan de orde is. Het eerder aangeduide artikel 101 Rv vormt daarom (toch) geen basis voor de bevoegdheid tot oordelen door de kantonrechter te Roermond en de zaak dient te worden verwezen naar de wel bevoegde kantonrechter. Dat is - gelet op de woon- c.q. vestigingsplaats van Practicomfort – de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, locatie Leiden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
