ECLI:NL:RBLIM:2021:2375
Rechtbank Limburg · 17-03-2021 · zaaknummer AWB/ROE 21/551
Inhoudsindicatie
Intrekking van de bestuurderskaart van verzoeker op grond van artikel 26, zevende lid, van Verordening (EU) nr. 165/2014 (Verordening). Hangende bezwaar heeft verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van en voorlopige voorziening toe, omdat de voorzieningenrechter twijfelt aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit en de vraag of verweerder terecht tot intrekking is overgegaan of dat een schorsing meer voor de hand had gelegen. Ook onduidelijk is of er een belangenafweging had moeten worden gemaakt. De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. De schorsing van het bestreden besluit betekent dat de intrekking van de bestuurderskaart voor dit moment niet van kracht is en verweerder verzoeker vooralsnog in staat dient te stellen beroepsmatig vervoer te verrichten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Infrastructuur en Waterstaat
verweerder · overheid
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Overheidspartijen
Minister van Infrastructuur en Waterstaat
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
