ECLI:NL:RBLIM:2021:2281
Rechtbank Limburg · 11-03-2021 · zaaknummer ROE 21/723
Inhoudsindicatie
Betreft een verzoek om voorlopige voorziening (tevens ordemaatregel) hangende beroep tegen een beslissing van het college van B &W, waarbij bezwaren van omwonenden ongegrond zijn verklaard en de bij het primair besluit verleende omgevingsvergunning voor het kappen van 16 bomen in stand is gelaten. De voorzieningenrechter stelt vast dat het belang van vergunninghouder is gelegen in de doorgang van de werkzaamheden (kappen bomen, rooien en opschonen terrein in verband met aanleg parkeerplaatsen en een beheertuin) en dat een voorwaarde in de vergunning in elk geval de rooi- en opschoonwerkzaamheden alleen vanaf 15 augustus toelaat. Gelet daarop en omdat uitvoering van de omgevingsvergunning onomkeerbaar is, weegt het belang van verzoeker bij een schorsing zwaarder dan het belang van vergunninghouder bij een onmiddellijke uitvoering van de vergunning (zeer kort vóór het broedseizoen). De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst de bij het bestreden besluit in stand gelaten omgevingsvergunning tot 15 augustus 2021. De behandeling van de bodemzaak zal worden bespoedigd zodat partijen vóór die datum duidelijkheid hebben of van de vergunning gebruik kan worden gemaakt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
