ECLI:NL:RBLIM:2020:9925
Rechtbank Limburg · 15-12-2020 · zaaknummer AWB 19/1047
Inhoudsindicatie
Eisers hebben verweerder verzocht handhavend op te treden tegen het ophogen van een dijk ter plaatse van hun woning in Bergen. Verweerder heeft dat verzoek afgewezen. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eisers wat hun woning betreft geen rechtstreekse, feitelijke gevolgen (meer) ondervinden van de dijkophoging, omdat zij inmiddels zijn verhuisd. Ook wat hun percelen betreft ondervinden eisers naar het oordeel van de rechtbank geen gevolgen van enige betekenis door de hoogte van de dijkovergang. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de percelen buitendijks zijn gelegen en dat de dijk dus niet het uitzicht op het buitengebied / de Maas belemmert. Ook hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat deze percelen niet (goed) bereikbaar zijn. Dit leidt naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie dat eisers geen belanghebbenden zijn. Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Waterschap Limburg
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
Overheidspartijen
Waterschap Limburg
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
