ECLI:NL:RBLIM:2020:9601
Rechtbank Limburg · 02-12-2020 · zaaknummer C/03/282789 / HA ZA 20-478
Inhoudsindicatie
Incident in verzet tegen verstekvonnis, schorsing tenuitvoerlegging verstekvonnis, nietige dagvaarding, kennelijke misslag, ten onrechte verstek verleend, geen herstel geboden, kostenoverweging, kantonrechter of rechtbank bevoegd? Volgt afwijzing in incident. De inleidende vorderingen van eiser strekken mede tot de (tenuitvoerlegging van de) verdeling van de tussen partijen bestaande ontbonden huwelijksgemeenschap. Gelet op art. 42 RO en artt. 93-98 Rv is de rechtbank bevoegd dit soort vorderingen te beoordelen. Een lager te heffen griffierecht bij kantonrechter maakt deze nog niet om die reden bevoegd. Titel 7 van Boek 1 Rv (waaronder art. 351 Rv) heeft uitsluitend betrekking op de in hoger beroep in te stellen incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld en heeft dus géén betrekking op de vordering in een verzetprocedure tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het verstekvonnis waartegen verzet is ingesteld. Gedaagde heeft geen van de haar overigens ter beschikking staande wettelijke mogelijkheden bij petitum gevorderd, zodat de rechtbank hieraan verder voorbijgaat. Gedaagde heeft er uit kostenoverweging voor gekozen in de oorspronkelijke dagvaardingsprocedure niet te verschijnen, hetgeen voor haar risico komt. Volgt afwijzing.
Rechters
Advocaten
- B. Lynen
- E. Meuwissen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
