ECLI:NL:RBLIM:2020:9462
Rechtbank Limburg · 02-12-2020 · zaaknummer AWB 19/647
Inhoudsindicatie
Eiser heeft om handhaving van (gestelde) overtredingen op het perceel van derde-partij gevraagd omdat hij vindt dat er daardoor wateroverlast op zijn perceel ontstaat. Verweerder heeft het bezwaar tegen de (gedeeltelijke) afwijzing ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit onjuist is. Verweerder heeft geen overtreding van een verleende omgevingsvergunning aangenomen, terwijl dat wel het geval is. Ook is komen vast te staan, anders dan verweerder heeft geconstateerd, dat sprake is van een verharding die mogelijk in strijd is met het bestemmingsplan. Dat laatste is komen vast te staan op basis van een onderzoek door de Stichting Advisering voor Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB). Die door de rechtbank ingeschakelde deskundige heeft ook vastgesteld dat er geen oorzakelijke relatie is tussen de door eiser genoemde overtredingen en de wateroverlast. In dat licht gaat de rechtbank (na gegrondverklaring van het beroep) niet over tot een terug verwijzing naar verweerder voor een nieuwe beslissing op bezwaar. De rechtbank beslecht het beroep finaal ook omdat dat de procedure verkort en daarmee de verhoudingen tussen eiser en derde-partij meer gediend zijn. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
