ECLI:NL:RBLIM:2020:808
Rechtbank Limburg · 04-02-2020 · zaaknummer 03.074177.19
Inhoudsindicatie
Vrijspraak van medeplegen van en medeplichtigheid aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Medeplegen: De rechtbank komt tot de conclusie dat het tenlastegelegde medeplegen in deze zaak niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit. Met betrekking tot de vraag of de materiële of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit van voldoende gewicht is om te kunnen spreken van medeplegen, acht de rechtbank de rapportage naar aanleiding van het over de persoon van de verdachte ingestelde psychologisch onderzoek van belang. Deze bijdrage is van onvoldoende gewicht.
Advocaten
- I.T.H.L. van de Bergh
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
