ECLI:NL:RBLIM:2020:7472
Rechtbank Limburg · 30-09-2020 · zaaknummer 8344653 CV EXPL 20-850
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de kantonrechter is onvoldoende gebleken dat gedaagde heeft gehandeld namens een op te richten vennootschap. Uit de correspondentie blijkt ook niet dat gedaagde van plan was een nieuwe vennootschap op te richten. Nergens heeft gedaagde gesteld dat hij handelde in naam van een B.V. ‘in oprichting’. Dit maakt, hoewel de kantonrechter zich de ontstane verwarring kan voorstellen, dat artikel 2:203 lid 1 BW toepassing mist, dat dit artikel geen grondslag biedt voor het gestelde onrechtmatige handelen en dat gedaagde dus niet persoonlijk kan worden aangesproken om de vordering te voldoen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
