ECLI:NL:RBLIM:2020:6131
Rechtbank Limburg · 18-08-2020 · zaaknummer 8692378 CV EXPL 20-3796
Inhoudsindicatie
Verzet in kort geding. In de tussenliggende periode (na verstekvonnis) is beschikking gegeven die als bodemprocedure heeft te gelden in verhouding tot het kort geding. In verzet door opposant aangevoerd dat eiseres in het kort geding geen belang meer heeft bij toewijzing omdat in de beschikking de vorderingen zoals die in kg waren ingesteld geheel zijn toegewezen (en zelfs meer). Eiseres op die grond alsnog niet-ontvankelijk verklaard, waardoor rechtskracht aan het verstekvonnis is komen te vervallen. Dit impliceert tevens dat geen dwangsommen uit de tenuitvoerlegging van dat vonnis verschuldigd kunnen zijn.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
