ECLI:NL:RBLIM:2020:5892
Rechtbank Limburg · 07-08-2020 · zaaknummer AWB - 18 _ 2709
Inhoudsindicatie
De Belastingdienst Toeslagen heeft voor de vierde keer geweigerd om een aanvraag van belanghebbende om een persoonlijke betalingsregeling voor terugbetaling van een teruggevorderde kinderopvangtoeslag toe te kennen. De rechtbank is van oordeel dat de Belastingdienst Toeslagen op zichzelf terecht het standpunt inneemt dat de terugvordering is te wijten aan opzet of grove schuld (O/GS) van de belanghebbende, omdat zij had kunnen weten dat zij geen recht had op de toeslag omdat haar voormalige partner niet aan de arbeidseis voldeed. De rechtbank acht echter een intensieve exceptieve toetsing van de toegepaste bepaling van de Uitvoeringsregeling Awir op zijn plaats. In de bijzondere omstandigheden van het geval ziet de rechtbank aanleiding om te oordelen dat de Belastingdienst Toeslagen bij de beoordeling van de vierde aanvraag toetsing aan het O/GS-criterium wegens onevenredigheid achterwege had moeten laten. De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst Toeslagen tot vergoeding van materiële schade in de vorm van loonverlies en van immateriële schade
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de Belastingdienst Toeslagen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Belastingdienst Toeslagen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
