ECLI:NL:RBLIM:2020:5470
Rechtbank Limburg · 28-07-2020 · zaaknummer AWB - 18 _ 1108 + AWB - 18 _ 1552 + AWB - 18 _ 2760 + AWB - 18 _ 2841
Inhoudsindicatie
Betreft uitspraak op het beroep tegen de weigering de begunstigingstermijn van een dwangsombesluit te verlengen (besluit 1), tegen de oplegging van een last onder bestuursdwang (besluit 2), tegen een invorderingsbesluit (besluit 3) en tegen een last onder bestuursdwang en een preventieve last onder dwangsom (besluit 4). De rechtbank verklaart het beroep tegen besluit 1 ongegrond. Het dwangsombesluit staat in rechte vast en op grond van de last was duidelijk wat eisers moesten doen, namelijk de door hen vernielde asfaltverharding herstellen. De daartoe gestelde begunstigingstermijn was toereikend. In deze procedure is alleen aan de orde of het voor eisers niet mogelijk was om tijdig aan de last te voldoen. De rechtbank is van oordeel eisers niet de inspanning hebben verricht die van hen mocht worden verwacht en dat de door eisers gestelde onmogelijkheid om tijdig aan de last te voldoen toerekenbaar door henzelf is veroorzaakt nu zij te lang hebben gewacht met uitvoeren van de last. De rechtbank verklaart ook het beroep tegen besluit 2 ongegrond. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de door eisers op de laatste dag van de termijn aangebrachte asfaltverharding niet voldeed en dat niet tijdig aan de last onder dwangsom is voldaan. Verweerder was daarom bevoegd om eisers dezelfde last, ditmaal onder bestuursdwang, op te leggen. De rechtbank verklaart ook het beroep tegen besluit 3 ongegrond. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat eisers de dwangsom hebben verbeurd omdat zij niet tijdig aan de last onder dwangsom hebben voldaan nu de op de laatste dag van de begunstigingstermijn aangebrachte asfaltverharding niet voldeed. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat de bevoegdheid tot invordering niet was verjaard. De rechtbank ziet in wat eisers hebben aangevoerd geen grond voor het oordeel dat er bijzondere omstandigheden waren om van (volledige) invordering af te zien. De rechtbank verklaart het beroep tegen besluit 4 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover daarbij een preventieve last onder dwangsom is opgelegd om elke nieuwe vorm van belemmering van de openbaarheid van de weg door het plaatsen of geplaatst houden van voorwerpen, veroorzaakt door derden, te verwijderen en verwijderd te houden. De rechtbank is van oordeel dat dit onderdeel van de last te verstrekkend is omdat een last alleen aan de overtreder kan worden opgelegd. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder terecht een last onder bestuursdwang heeft opgelegd om de door eisers op de openbare weg geplaatste legio-blokken te verwijderen en verwijderd te houden en tevens terecht een preventieve last onder dwangsom heeft opgelegd om elke (nieuwe) vorm van belemmering door eisers van de openbaarheid van de weg door het plaatsen of geplaatst houden van voorwerpen van welke aard dan ook, achterwege te laten.
Rechters
Advocaten
- J.H.M. Linssen
- W.J.W. van Eijk
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
