ECLI:NL:RBLIM:2020:4977
Rechtbank Limburg · 23-06-2020 · zaaknummer 8394637 AZ VERZ 20-32
Inhoudsindicatie
Berusting in het op 15 oktober 2018 gegeven ontslag op staande voet. Het verzoekschrift is ruim na het verstrijken van de ingevolge artikel 7:686a lid 4 BW geldende vervaltermijnen ingediend. Het hanteren van de vervaltermijnen is volgens werkneemster in strijd met artikel 6:248 lid 2 BW (naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar). De kantonrechter volgt de werkneemster niet in deze stelling. Niet in geschil is dat de werkneemster leed aan de uit de door werkneemster overgelegde medische informatie blijkende psychische problematiek. De kantonrechter acht aannemelijk dat deze problematiek van invloed was op de dagelijkse verrichtingen van werkneemster en dat zij hierdoor in werk en privé niet goed functioneerde. Het is naar het oordeel van de kantonrechter echter in onvoldoende mate komen vast te staan dat werkneemster vanwege haar psychische problematiek in oktober 2018 in het geheel niet heeft beseft dát zij was ontslagen én niet staat was om, al dan niet met behulp van derden, professionele rechtsbijstand in te schakelen. Het verzoek is niet ontvankelijk.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
