ECLI:NL:RBLIM:2020:4176
Rechtbank Limburg · 11-06-2020 · zaaknummer 03/702718-17
Inhoudsindicatie
Artikel 11a van de Opiumwet. Veroordeling voormalige growshop. In het bedrijfspand van de verdachte zijn (grote hoeveelheden) stoffen en voorwerpen geschikt voor de illegale teelt van hennep aangetroffen. Ook verkocht de verdachte geselecteerde hennepzaden. Goederen die niet bij de verdachte in het bedrijfspand zijn aangetroffen, maar die in de regel wel worden aangetroffen bij beroeps- of bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt, konden bij de verdachte worden besteld. De rechtbank acht, gelet op het nog steeds beperkte assortiment van de onderneming, de verkoop van (grote hoeveelheden) hennepzaden ook aan particulieren, het feit dat vrijwel de gehele omzet is gerealiseerd met contant geld en klanten veelvuldig hebben betaald met biljetten van € 500,00, bewezen dat illegale hennepteelt ook daadwerkelijk de bestemming van de stoffen en voorwerpen was en dat de bestuurders van de verdachte dit ook wisten. De bewezenverklaarde gedragingen van feitelijk leidinggevenden kunnen redelijkerwijs aan de verdachte worden toegerekend. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen bedrijfsvoorraad en het kasgeld, acht de rechtbank een voorwaardelijke geldboete van € 10.000,- met een proeftijd van twee jaar passend.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
