ECLI:NL:RBLIM:2020:3466
Rechtbank Limburg · 08-05-2020 · zaaknummer AWB - 19 _ 525
Inhoudsindicatie
De gemachtigde van opposante heeft ongevraagd een reactie ingediend op het verweerschrift. Onder verwijzing naar een uitspraak van 15 november 2018 van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2018:4638) dient deze reactie volgens gemachtigde te worden aangemerkt als repliek. De rechtbank volgt het gerechtshof op dit punt niet. De rechtbank ziet geen aanleiding om in zaken die betrekking hebben op decentrale heffingen en de Wet waardering onroerende zaken ten aanzien van formele kwesties aangaande de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af te wijken van de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep in (andere) bestuursrechtelijke zaken, waarbij een reactie op het verweerschrift, ongeacht of een belanghebbende zo’n stuk zelf wel als repliek ziet, niet wordt beschouwd als een repliek in de zin van artikel 8:43, eerste lid, van de Awb. Dit wordt gelet op de rechtseenheid die er thans is tussen de hoogste bestuursrechters niet wenselijk geacht. De rechtbank is van oordeel dat de mogelijkheid om de indiener van een beroepschrift in de gelegenheid te stellen schriftelijk te repliceren moet worden voorbehouden voor zaken waarbij de rechtbank dit voor een efficiënt procesverloop noodzakelijk acht. Het verzet is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
