ECLI:NL:RBLIM:2020:3379
Rechtbank Limburg · 10-03-2020 · zaaknummer 03/700477-17
Inhoudsindicatie
De zaak is geëindigd met oplegging van een werkstraf voor (onder meer) een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (schuldheling). Daarom bieden de artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering in beginsel geen basis voor de rechter om de verzoeker een schadevergoeding toe te kennen voor de door hem in voorarrest doorgebrachte tijd respectievelijk de door hem gemaakte kosten van een raadsman. Dat de verzoeker van een aantal andere tenlastegelegde feiten is vrijgesproken, doet hieraan niet af. Onder de term ‘zaak’ moet immers worden verstaan al datgene waarop het rechtsgeding betrekking had. Dit is bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad. De verzoeker is in beide verzoekschriften niet-ontvankelijk verklaard.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
