ECLI:NL:RBLIM:2020:2290
Rechtbank Limburg · 23-03-2020 · zaaknummer AWB - 19 _ 2039
Inhoudsindicatie
Uitspraak mede onder verwijzing naar ECLI:NL:CRVB:2018:1049. Het gevolg van het besluit tot intrekking van de WW-uitkering is, dat eiser achteraf bezien, ten tijde van het intreden van de arbeidsongeschiktheid geen recht had op WW-uitkering en daarom ook geen ‘werknemer’ was in de zin van de ZW. Ingevolge artikel 8 van de Wet WIA geldt dit dan ook voor die wet. Dat betekent dat eiser voor genoemde wetten niet verzekerd is (geweest) en dus achteraf bezien geen recht op die uitkeringen had. Had eiser daar nog iets tegen willen doen, dan had hij om te beginnen bezwaar moeten maken tegen het eerste in de reeks van besluiten: de intrekking van de WW-uitkering. Dat heeft eiser echter niet gedaan, waardoor ten tijde van de bestreden besluiten al onherroepelijk vaststond dat hij niet als werknemer (meer) verzekerd was. Beroepen ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
