ECLI:NL:RBLIM:2019:8465
Rechtbank Limburg · 19-09-2019 · zaaknummer 03/661229-16
Inhoudsindicatie
De verdachte wordt verweten dat hij gedurende de ten laste gelegde periode geen deugdelijke administratie heeft gevoerd. Om tot een veroordeling te kunnen komen moet wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte in die periode niet alleen een slechte of geen administratie heeft gevoerd, maar ook (onder meer) dat hij wist dat een faillissement dreigende en onafwendbaar was. Dat is in dit geval niet komen vast te staan. De verdachte wordt dan ook vrijgesproken. Nu de curator de verdachte als feitelijk leidinggevende heeft verzocht om inlichtingen te verschaffen, maar uit geen enkel stuk blijkt dat de verdachte als gewezen bestuurder wettelijk is opgeroepen door de curator om de gevraagde inlichtingen te verstrekken, zal de rechtbank de verdachte integraal vrijspreken.
Advocaten
- A.F.T.M. Heutink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
