ECLI:NL:RBLIM:2019:4766
Rechtbank Limburg · 17-05-2019 · zaaknummer C/03/263534 / KG ZA 19-196
Inhoudsindicatie
Kort geding, executiegeschil, hoogte eindafrekening werkzaamheden advocaat, twee (onherroepelijke) botsende beslissingen, toewijzing vordering (verbod tenuitvoerlegging / staken tenuitvoerlegging) voor zover executie een bepaald bedrag te boven gaat, dwangsom. Samenvatting: In de onderhavige zaak liggen ter beoordeling voor twee botsende (onherroepelijke) uitspraken (één van het Hof en één van de rechtbank) wat betreft de hoogte van de eindafrekening voor verrichte werkzaamheden van een advocaat. Niet is vast te stellen dat de uitspraak van de rechtbank voorrang heeft boven die van het Hof. Het primair gevorderde (algehele) verbod tot executeren dan wel het staken van de tenuitvoerlegging wordt om die reden afgewezen. Waar het vervolgens om gaat is de wijze van berekening van de rente en proceskostenveroordeling. Volgens de (subsidiaire) herberekening van eiseres, die niet door gedaagde is weersproken, resteert in totaal een verschuldigd bedrag van € 952,12. Gelet hierop heeft gedaagde geen in redelijkheid te respecteren belang bij de voortzetting van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging voor zover dit ziet op een bedrag dat het bedrag van € 952,12 te boven gaat.
Rechters
Advocaten
- E. Akdeniz
- J.B.Th
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
