ECLI:NL:RBLIM:2019:4622
Rechtbank Limburg · 17-05-2019 · zaaknummer AWB - 18 _ 533
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft eiseres gedurende lange tijd jaarlijks vergunning verleend voor het innemen van een standplaats voor de verkoop van, onder andere, ijs in het centrum van Valkenburg aan de Geul. Verweerder heeft eiseres ingaande het jaar 2015 op grond van gewijzigd beleid niet langer standplaatsvergunning voor deze locatie verleend. Eiseres heeft verweerder verzocht om nadeelcompensatie in verband met de permamente inkomensschade als gevolg van het niet langer verlenen van de standplaatsvergunning. Eiseres acht de door verweerder, op advies van de SAOZ, toegekende tegemoetkoming inkomensschade van € 3.738,- te laag. Eiseres heeft dit standpunt onderbouwd met een tegenrapport van een deskundige. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat bij de begroting van schades keuzes moeten worden gemaakt en dat die keuzes volgens de jurisprudentie redelijk en aanvaardbaar moeten zijn. De rechtbank overweegt vervolgens dat niet de gehele de opbrengst van de verkoop van een ijskar op de omzetschade in aftrek had mogen worden genomen. De rechtbank acht een aftrek wegens vrijkomende arbeidsuren in beginsel niet onjuist, maar de bij het bestreden besluit toegepaste aftrek, nu arbeidsuren voor personeel dubbel zijn geteld, te hoog. De rechtbank acht bovendien de bij het bestreden besluit toegepaste kapitalisatiefactor te laag. Deze oordelen heeft de rechtbank mede gebaseerd op het door eiseres overgelegde tegenrapport. Verweerder heeft het SAOZ-advies op voormelde punten niet (zonder meer) mogen volgen en het bestreden besluit is daarom ondeugdelijk gemotiveerd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak. De rechtbank stelt de bedragen die wegens de verkoop van de ijskar respectievelijk vrijkomende arbeidsuren in aftrek moeten worden genomen zelf vast. De rechtbank stelt ook de kapitalisatiefactor zelf vast. De rechtbank herroept het primaire besluit en kent eiseres een door verweerder te betalen tegemoetkoming wegens permanente inkomensschade toe van € 44.320,-.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
